Steigerdelen zijn gezaagde, ongeschaafde, vurenhouten delen van Europees dennen en/of Europees Douglas. Geschaafde delen zijn te glad, vooral bij regen en in de winter. De belastingklasse van steigerdelen hangt af van hun dikte en van de kortelingafstand (zie par. 3.1 Belasten van steigervloeren). Over het algemeen worden steigerdelen ingezaagd op de volgende minimale afmetingen:
-
32 mm x 200 mm
-
38 mm x 200 mm
-
50 mm x 200 mm.
In Nederland worden in de industrie steigerdelen de 50 x 200 gebruikt. De staanderafstanden en het aantal kortelingen zijn dan dienovereenkomstig aangepast, waarbij de maximale afstand tussen de staanders 1,80 m bedraagt.
De afkeurmaatstaven van houten steigerdelen zijn beschreven in par. 5.5 Afkeurmaatstaven steigermateriaal. Voorts worden aan houten steigerdelen de onderstaande eisen gesteld.
-
Voldoen aan sterkteklasse C 18 conform NEN-EN 338.
-
Zijn gesorteerd op basis van NEN-EN 14081-1.
-
De uiteinden van een steigerdeel zijn aan zowel de boven- als onderkant voorzien van kramplaten. Dit om de planken te beschermen tegen kopscheuren en vervormingen.
De aan de kramplaat te stellen eisen zijn:
-
gefabriceerd volgens DX51D+Z275-N-A-C, volgens NEN-EN 10346 of gelijkwaardig
-
de afmeting van de kramplaat is minimaal: 35 x175 x 0,9 mm
-
de kramplaat zit op minimaal 50 mm en maximaal 150 mm van de uiteinden
-
de randen van de kramplaten liggen gelijk met of onder het oppervlak van het steigerdeel.
Andere systemen om scheuren en vervorming te voorkomen mogen slechts worden toegepast nadat ze zich in de praktijk hebben bewezen. Maar er moet wel worden voldaan aan de beschreven materiaaleisen.