In de bouwnijverheid wordt een rekenmethode per m² gehanteerd, maar het systeem is nog niet zo helder gedefinieerd en zo goed ingevoerd als het “unit rates”- systeem in de industrie. Het zou veel misverstanden voorkomen als dit wel de standaardmethode zou worden. Nu het in de Richtlijn Steigers is beschreven, krijgt het wellicht dezelfde status als het unit rate systeem in de industrie.
Aan de hand van onderstaande figuren worden enkele basisrekenregels uitgelegd.
De hoogte van een steiger is van voetplaat tot bovenkant bovenste leuning (zie figuur 3.6¹).
Figuur 3.6¹ Doorsnede en bovenaanzicht van een steiger
Als uitgangspunt voor de totale lengte van een steiger geldt de som van alle afzonderlijke gevels, maar met de volgende correcties:
-
De lengte van een steiger zonder hoeken is de hartafstand tussen de staanders aan de beide uiteinden van de steiger (meestal ook de gevellengte).
-
Heb je een steiger om een gebouw of object heen, dus met uitwendige hoeken dan is de lengte van de steiger de som van de gevellengten, plus per hoek eenmaal de steigerbreedte.
-
Bij inwendige hoeken wordt per hoek eenmaal de steigerbreedte afgetrokken.
-
Aantal m² steiger
In het voorbeeld van figuur 3.6¹ is de steigerhoogte 11,50 m. De totale steigerlengte is volgens bovenstaande aanwijzingen 63 m, als volgt berekend:
-
totale gevellengte (13)+ (2x9)+(2x2,5)+(2x5,5)+(8) = 55 m
-
bijtellen 6 uitwendige hoeken (per hoek 1x steigerbreedte) = 12 m
-
aftrekken 2 inwendige hoeken (per hoek 1x steigerbreedte) = 4 m
Het gaat in dit voorbeeld dus om een steiger van 63x11,50 m = 724,50 m².
-
Uitwendige en inwendige hoeken
Figuur 3.6² laat zien hoe moet worden omgegaan met uitwendige en inwendige hoeken groter dan 90º. Bij de uitwendige hoek wordt de steiger ten opzichte van de gevellengte een stukje langer.
Figuur 3.6² Uitwendige en inwendige hoek > 90º