2.4 STATISCHE BEREKENING

De vorige paragrafen gingen over criteria voor steigerontwerp. Deze paragraaf betreft de situatie dat een steigerontwerp niet kan worden gezien als een standaardconfiguratie. Er moet dan door middel van een statische analyse worden aangetoond dat het ontwerp voldoende zekerheid biedt tegen bezwijken.

In deze analyse moeten de rekenregels uit deze paragraaf worden gehanteerd. Deze sluiten grotendeels aan bij de Europese normenserie EN 12800, die op hun beurt zijn afgeleid van de Eurocode 3. Omwille van een betere aansluiting op de steigerbouwpraktijk in Nederland is in de Richtlijn Steigers op enkele punten afgeweken van genoemde normen.

Let op: Bij een metselsteiger (betrouwbaar*) geldt één vloer 100% belast en één vloer 50% belast.

*) Betrouwbaar: alle uitgangspunten van de opdrachtgever betreffende gebruik en toepassing zijn bekend en worden verwerkt in het ontwerp en de berekening van de steiger. Indien niet betrouwbaar: niet alle uitgangspunten van de opdrachtgever zijn bekend. In ontwerp en berekening moet één extra vloer meegenomen worden met 50% belasting. Deze 50% extra mag niet benut worden.

Deze rekenregels zijn door TNO Bouw en Ondergrond getoetst en akkoord bevonden. Zie de hierna volgende notitie d.d. 8 juni 2006 (figuur 2.4). De rekenregels bieden daarmee een waarborg voor een voldoende zekerheidsniveau van het steigerontwerp.

Figuur 2.4 Notitie d.d. 8 juni 2006 (pagina 1)
Figuur 2.4 Notitie d.d. 8 juni 2006 (pagina 2)

Uitleg bij figuur 2.4

* Dit geldt alleen voor metselsteigers

** Voor windbelasting van meer dan twee achter elkaar liggende steigervlakken wordt verwezen naar TNO rapport 2007-D-R1302/B “Windbelasting op grote steigers”. Dit rapport is te vinden op de website www.richtlijnsteigers.nl onder de menukeuze “Veel gestelde vragen”.

2.4.1 REKENMETHODEN ALGEMEEN

De steigerconstructie moet in de meeste gevallen worden geanalyseerd volgens een 2e orde, niet-lineaire berekening overeenkomstig de normenserie EN 12810 en EN 12811. Hanteer in deze berekening bij voorkeur een 3D model van de steiger. Kies je toch voor een 2D model, dan moet de interactie van de geanalyseerde vlakken op elkaar worden meegenomen in de berekening.

Het is toegestaan om een eenvoudige 1e orde knikberekening uit te voeren, maar alleen als wordt voldaan aan de randvoorwaarden die in het stroomschema zijn weergegeven. Zo’n berekening kan met de hand worden gedaan, dus zonder gebruik van een computer.

Het stroomschema in figuur 2.4.1¹ geeft de keuzemogelijkheden in rekenmethoden weer.

Figuur 2.2.2.1 Stroomschema bij steigerontwerp

2.4.2 2E ORDE-BEREKENING

Een 2e orde-berekening moet met de PC worden uitgevoerd, door middel van een eindige elementenberekening. Hiervoor zijn verschillende staafwerkprogrammas’s in de markt beschikbaar.
Speciaal voor steigerbouw is er één onder de naam “SCIA Engineer-scaffolding”, waarin de voor steigers specifieke functionaliteiten zijn opgenomen. De rekenregels uit par. 2.4 zijn hierin grotendeels ingebracht.

De uitgangspunten en voorwaarden voor een 2e orde-berekening zijn in het stroomschema weergegeven. Deze rekenwijze voorspelt het statisch gedrag van de steiger nauwkeurig, maar vereist van de constructeur en de controlerende instantie een hoog kennisniveau (HBO-niveau).

2.4.3 EENVOUDIGE 1E ORDE-BEREKENING

Zoals gezegd kan een 1e orde-berekening worden gemaakt zonder gebruik van PC en staafwerkprogramma. Bij een eenvoudige 1e orde-berekening wordt de draagkracht van de steigerconstructie getoetst door middel van een knikberekening. In deze paragraaf zijn rekenvoorbeelden opgenomen.

De voorspelling van het krachtenspel in de constructie is bij deze rekenmethode minder nauwkeurig dan bij een 2e orde-berekening. Dit komt omdat in een 1e orde-berekening niet alle factoren worden meegenomen die van invloed zijn op het statisch gedrag van de steigerconstructie. Bij een 1e orde-berekening wordt een eenvoudiger mechanicamodel gehanteerd, met uitgangspunten aan de conservatieve kant. Dit impliceert een grotere veiligheidsmarge in de berekening.

Daarom leidt een 1e orde-berekening in het algemeen tot een minder economisch ontwerp van de steigerconstructie vanwege meer materiaal en/of arbeid. Maar nogmaals: een 1e orde-berekening mag niet worden toegepast als deze mogelijkheid niet door het stroomschema volgens figuur 2.4.1¹ wordt geboden.

Enkele voorbeelden waarbij een eenvoudige 1e orde berekening niet is toegestaan:

  • steigers bekleed met netten met minder dan 50% doorlaatbaarheid
  • steigers die op een hellend vlak staan (steiler dan 1:10)
  • indien op andere wijze dan door een uitbouwconsole of bekleding een extra moment in de staanders wordt geïntroduceerd, bijvoorbeeld als de verankering niet in de knooppunten is aangebracht

Er moet dan een 2e orde-berekening worden gemaakt.

Uitgangspunten

Bij 1e orde rekenen is het van belang om een vereenvoudigd mechanicamodel op te stellen waarbij:

  • het rekenmodel onafhankelijk is van het beoogde steigertype
  • de constructie wordt geschematiseerd als vakwerkconstructie (alleen normaalkrachten in staven)
  • alle vlakken zijn geschoord of gesteund (zie voorwaarden geschoorde constructie, in deze paragraaf)
  • alle opleggingen translatievast zijn
  • er geen onderscheid is in het type verankering.
  • knooppunten als scharnieren worden beschouwd
  • diagonalen, verankeringen en/of afstempelingen aansluiten in de knooppunten

Voorwaarden geschoorde constructie

Ten aanzien van stabiliteit zijn er 3 typen steigerconstructies te onderscheiden:

  •  Ongeschoorde steigers: steigers die niet of niet volledig geschoord zijn of waarbij de diagonalen niet in de knooppunten aangrijpen.
  • Geschoorde steigers: steigers met volledige schoren die in de knooppunten aangrijpen. Elke bouwlaag (slag) van een steiger moet een volledige schoor bevatten om als geschoord te mogen worden beschouwd. Een volledige schoor is een schoor die er voor zorgt dat horizontale krachten uitsluitend via normaalkrachten naar de fundering worden overgedragen. Deze classificatie moet steeds per slag, per vlak en in iedere richting worden bekeken. Steigers kunnen geschoord worden met diagonalen.
  • Gesteunde steigers: steigers die hun stabiliteit ontlenen aan een andere constructie, bijvoorbeeld een gebouw of een stijf stalen raamwerk. De steungevende constructie moet ten minste 5 maal stijver zijn dan de gesteunde of “aanleunende” steiger (= vaak moeilijk te controleren). Steigers kunnen door middel van verankeringen en/of afstempelingen gesteund worden. Gesteunde steigers mogen ten aanzien van stabiliteit op dezelfde manier worden berekend als geschoorde steigers.

Een geschoorde of gesteunde constructie is stijf in ieder vlak. Daarom mag de inwendige stabiliteit worden gecontroleerd voor de onvervormde constructie. Dit noemen we een 1e orde berekening.

 Figuren 2.4.31 tot en met 2.4.38 geven acht voorbeelden van geschoorde / gesteunde en ongeschoorde steigerconstructies, die al dan niet volgens een 1e orde berekening mogen worden getoetst. Tevens wordt hier aangegeven hoe de kniklengte kan worden bepaald.

 

Randvoorwaarden voor 1e orde rekenen (voorbeeld 1)  
Stramien   Vlak   Geschoord / gesteund   L-buc (kniklengte)  
1   Y-Z   Ja   l-buc = h  
2   Y-Z   Nee   Onbekend  
3   Y-Z   Nee   Onbekend  
4   Y-Z   Ja   l-buc = h  
A   X-Z   Ja   l-buc = h  
B   X-Z   Nee   Onbekend  
Figuur 2.4.3.1 Voorbeeld: toetsen volgens 1e orde berekening niet toegestaan

Omdat niet voor alle vlakken wordt voldaan aan de randvoorwaarden mag deze configuratie niet met een 1e orde berekening worden getoetst.

 

Randvoorwaarden voor 1e orde rekenen (voorbeeld 2)  
Stramien   Vlak   Geschoord / gesteund   L-buc (kniklengte)  
1   Y-Z   Ja   l-buc = h  
2   Y-Z   Nee   Onbekend  
3   Y-Z   Nee   Onbekend  
4   Y-Z   Ja   l-buc = h  
A   X-Z   Ja   l-buc = h  
B   X-Z   Ja l-buc = h 
Figuur 2.4.3.2 Voorbeeld: toetsen volgens 1e orde berekening niet toegestaan

Omdat niet voor alle vlakken wordt voldaan aan de randvoorwaarden mag deze configuratie niet met een 1e orde berekening worden getoetst.

 

Randvoorwaarden voor 1e orde rekenen (voorbeeld 3)  
Stramien   Vlak   Geschoord / gesteund   L-buc (kniklengte)  
1   Y-Z   Ja   l-buc = h  
2   Y-Z   Ja l-buc = h  
3   Y-Z   Ja l-buc = h  
4   Y-Z   Ja   l-buc = h  
A   X-Z   Ja   l-buc = h  
B   X-Z   Ja l-buc = h  
Figuur 2.4.3.3 Voorbeeld: toetsen volgens 1e orde berekening toegestaan

Omdat hier voor alle vlakken wordt voldaan aan de randvoorwaarden mag deze configuratie met een 1e orde berekening worden getoetst

Randvoorwaarden voor 1e orde rekenen (voorbeeld 4)  
Stramien   Vlak   Geschoord / gesteund   L-buc (kniklengte)  
1   Y-Z   Ja   l-buc = 2h  
2   Y-Z   Nee   Onbekend  
3   Y-Z   Nee   Onbekend  
4   Y-Z   Ja   l-buc = 2h  
A   X-Z   Ja   l-buc = 2h  
B   X-Z   Nee   Onbekend  
Figuur 2.4.3.4 Voorbeeld: toetsen volgens 1e orde berekening niet toegestaan

Omdat niet voor alle vlakken wordt voldaan aan de randvoorwaarden mag deze configuratie niet met een 1e orde berekening worden getoetst.

 

Randvoorwaarden voor 1e orde rekenen (voorbeeld 5)  
Stramien   Vlak   Geschoord / gesteund   L-buc (kniklengte)  
1   Y-Z   Ja   l-buc = 2h  
2   Y-Z   Nee   Onbekend
3   Y-Z   Ja l-buc = 2h
4   Y-Z   Ja   l-buc = 2h
A   X-Z   Ja   l-buc = 2h
B   X-Z   Ja l-buc = 2h
Figuur 2.4.3.5 Voorbeeld: toetsen volgens 1e orde berekening niet toegestaan

Omdat niet voor alle vlakken wordt voldaan aan de randvoorwaarden mag deze configuratie niet met een 1e orde berekening worden getoetst.

 

Randvoorwaarden voor 1e orde rekenen (voorbeeld 6)  
Stramien   Vlak   Geschoord / gesteund   L-buc (kniklengte)  
1   Y-Z   Ja   l-buc = 2h 
2   Y-Z   Ja   l-buc = 2h
3   Y-Z   Ja   l-buc = 2h
4   Y-Z   Ja   l-buc = 2h
A   X-Z   Ja   l-buc = 2h
B   X-Z   Ja   l-buc = 2h
Figuur 2.4.3.6 Voorbeeld: toetsen volgens 1e orde berekening toegestaan

Omdat hier voor alle vlakken wordt voldaan aan de randvoorwaarden mag deze configuratie met een 1e orde berekening worden getoetst.

Randvoorwaarden voor 1e orde rekenen (voorbeeld 7)  
Stramien   Vlak   Geschoord / gesteund   L-buc (kniklengte)  
1   Y-Z   Ja   l-buc = 2h
2   Y-Z   Ja   l-buc = 2h
3   Y-Z   Ja   l-buc = 2h
4   Y-Z   Ja   l-buc = 2h  
A   X-Z   Ja   l-buc = 2h  
B   X-Z   Ja   l-buc = 2h
Figuur 2.4.3.7 Voorbeeld: toetsen volgens 1e orde berekening toegestaan

Omdat hier voor alle vlakken wordt voldaan aan de randvoorwaarden mag deze configuratie met een 1e orde berekening worden getoetst.

 

Randvoorwaarden voor 1e orde rekenen (voorbeeld 8)  
Stramien   Vlak   Geschoord / gesteund   L-buc (kniklengte)  
1   Y-Z   Ja   l-buc = 2h
2   Y-Z   Ja   l-buc = 2h
3   Y-Z   Ja   l-buc = 2h
4   Y-Z   Ja   l-buc = 2h  
A   X-Z   Ja   l-buc = 2h  
B   X-Z   Ja   l-buc = 2h
Figuur 2.4.3.8 Voorbeeld: toetsen volgens 1e orde berekening toegestaan

Omdat hier voor alle vlakken wordt voldaan aan de randvoorwaarden mag deze configuratie met een 1e orde berekening worden getoetst.

 

Rekenwijze

Bij een 1e orde berekening kan de toelaatbare knikkracht in de staander worden bepaald, dmv een standaard knikberekening. De toegestane knikkracht voor standaard steigerbuis is in  Rekenvoorbeeld 1 berekend. Figuur 2.4.39 toont voor een aantal kniklengten de toegestane knikkracht. Afhankelijk van de situatie en/of bouwvorm moeten op deze knikkrachten nog reductiefactoren worden toegepast.

Kniklengte λy;buc Slankheid λy Slankheid λy;rel ω y;buc Knikkracht N c;s;d
1000 mm 63 0,67 0,8008 80,3 kN
2000 mm 125 1,33 0,4088 39,5 kN
3000 mm 188 2,00 0,2081 20,1 kN
4000 mm 250 2,66 0,1231 11,9 kN
Figuur 2.4.39 Toegestane knikkracht (designwaarde) in de staander
als functie van de kniklengte

 

Reductiefactor wind

Voor steigers die buiten staan (en dus onderhevig zijn aan windbelasting) moet op de toegestane knikkracht een reductiefactor volgens figuur 2.4.310 worden toegepast. Dit als compensatie voor de verminderde draagkracht van de staander als gevolg van wind.

Reductiefactor knikkracht staander t.g.v. windbelasting     Onbekleed   Bekleed met netten > 50% doorlaatbaar  
Kniklengte [m]   Knikkracht [kN]   Staanderafstand
≤ 1,80 m  
Staanderafstand
> 1,80 m  
Staanderafstand
≤ 1,80 m  
Staanderafstand
> 1,80 m  
1   80,3   0,95  
2   39,5   0,8  
3   20,1   0,8   0,7   0,7   0,5  
4   11,9   0,6   0,4   0,4   0,0  
Figuur 2.4.310 Reductiefactor knikkracht staander als gevolg van windbelasting

 

Reductiefactor uitbouw

Wordt een uitbouw toegepast, dan moet er een reductiefactor volgens figuur 2.4.311 worden toegepast. Dit om het daardoor in de staander ontstane extra moment mee te nemen.

Reductiefactor knikkracht staander t.g.v. uitbouwconsole   Uitbouw ≤ 40 cm   Uitbouw ≤ 70 cm  
Kniklengte [m]   Knikkracht [kN]   Staanderafstand
≤ 1,80 m  
Staanderafstand
> 1,80 m  
Staanderafstand
≤ 1,80 m  
Staanderafstand
> 1,80 m  
1   80,3   0,8   0,7   0,5   0,3  
2   39,5  
3   20,1  
4   11,9  

 

Uitbouw < 40 cm  

≤ 30 cm   Uitbouw < 70 cm  

Figuur 2.4.311 Reductiefactor knikkracht staander als gevolg van uitbouwconsole

 

Alternatief

In plaats van het gebruik van deze conservatieve reductiefactoren mag ook een “berekening met de hand” worden uitgevoerd overeenkomstig TGB (NEN 6770:1997). Vanzelfsprekend dienen hierbij de randvoorwaarden volgens de rekenregels van paragraaf 2.4 te worden gehanteerd. Zie Rekenvoorbeeld 2.

Toets draagkracht verankeringen

De draagkracht van de verankeringen moet separaat worden getoetst. Zie hiervoor paragraaf 3.3.

Rekenvoorbeeld 1 - 1e orde berekening (met behulp van tabellen uit paragraaf 4.3) Staanderbelasting
We gaan er in dit voorbeeld van uit dat de steigers in de figuren 2.4.31 t/m 2.4.38 zijn voorzien van 2 houten werkvloeren (op respectievelijk 2 m+ en 4 m+), met een kantplank en dubbele leuning (niet getekend). Slaghoogte bedraagt 2 m, vaklengte 2 m, breedte 1,5 m. Steiger conform belastingklasse 4: 3,00 kN/m²

Dan gelden voor een gevelsteiger conform figuur 2.4.33 voor staander A-3 de waarden genoemd in figuur 2.4.312.In dit voorbeeld wordt aan de binnenstaander een uitbouw van 30 cm gerekend, met een nuttige belasting van 3,00 kN/m². Voor staander B2 in figuur 2.4.37 gelden de waarden genoemd in figuur 2.4.313.

Omschrijving       lengte (m)         breedte / (m)     aantal (%)       aantal (st)       gewicht           eigen gewicht     nuttige  
                                belasting
Staanders   :   6   x   1   x   100 %   x   1   x   50   N/m   =   300   N    
Liggers 2 m   :   2   x   2   x   50 %   x   3   x   50   N/m   =   300   N    
Liggers 1,5 m   :   1,5   x   1   x   50 %   x   3   x   50   N/m   =   113   N    
Hor. diagonaal   :   2,5   x   1   x   50 %   x   3   x   50   N/m   =   188   N    
Kortelingen   :   1,5   x   2   x   50 %   x   2   x   50   N/m   =   150   N    
Vloer   :   2   x   1,5   x   50 %   x   2   x   300   N/m²   =   900   N    
Uitbouw   :   2   x   0,3   x   100 %   x   2   x   300   N/m²   =   360   N    
                                 
Vloerbelasting   :   2   x   1,5   x   50 %   x   1,5   x   3000   N/m²   =       6750 N  
Uitbouw   :   2   x   0,3   x   100 %   x   1,5   x   3000   N/m²   =       2700 N  
                            ---------     --------  
                            2310   N   9450 N  
 
                            2,3   kN   9,45 kN  
Belastingfactoren                       1,2   x   1,5 x  
                            2,8     14,2  
                                 
Totaal   :                                   Fb3;d     =   17,0   kN      
                               

Figuur 2.4.312 Rekenvoorbeeld voor staander A3 in figuur 2.4.33

Noot: Bij verwijzing naar TGB normen mogen vergelijkbare Eurocodes toepast worden, zolang een vergelijkbaar veiligheidsniveau gehandhaafd blijft.

Omschrijving       lengte (m)         breedte / (m)     aantal (%)       aantal (st)       gewicht           eigen gewicht     nuttige  
                                belasting
Staanders   :   6   x   1   x   100 %   x   1   x   50   N/m   =   300   N    
Liggers 2 m   :   2   x   2   x   50 %   x   3   x   50   N/m   =   300   N    
Liggers 1,5 m   :   1,5   x   1   x   50 %   x   3   x   50   N/m   =   113   N    
Leuning 2 m   :   x   2   x   100 %   x   2   x   50   N/m   =   400   N    
Kantplank :   2 x   1   x   100 %   x   2   x   60   N/m   =   240   N    
Kortelingen :   1,5 x   2   x   50 %   x   2   x   50   N/m²   =   150   N    
Vloer :   2   x   1,5   x   50 %   x   2   x   300   N/m²   =   900   N    
                                 
Vloerbelasting   :   2   x   1,5   x   50 %   x   1,5   x   3000   N/m²   =       6750 N  
                            ---------     --------  
                            2403   N   6750 N  
 
                            2,4   kN   6,8 kN  
Belastingfactoren                       1,2   x   1,5 x  
                            2,9     10,1  
                                 
Totaal   :                                   Fb3;d     =   13,0   kN      
                               

Figuur 2.4.313 Rekenvoorbeeld voor staander B2 in figuur 2.4.37

Knikkracht staanders

Doorsnede-eigenschappen:

Buis Φ 48,3 x 3,2 mm
A = 453 mm²
Wx;el = 4800 mm³
Wx;pl = 6520 mm³  
S235JRG2   fy;rep = 235 N/mm²   NEN-EN 39  

Controle knik in gedrukte buis (volgens NEN 6770, hoofdstuk 12).

Voor slaghoogte 2 m geldt:

  • Slankheid λy = ly;buc / iy = 2000 mm / 16 mm = 125
  • Voor steigerbuis geldt: fy;d = 235 N/mm2. 
  • Eulerse slankheid λe = π x √(Ed / fy;d) = 3,14 x √(2,1 x 105 / 235) = 94
  • Relatieve slankheid λy;rel = λy / λe   = 125 / 94 = 1,33
  • Uit instabiliteitskromme b volgt: (NEN 6770, tabel 24) knikfactor: ωy;buc  = 0,4088
  • Nc;u;d = A   x fy;d / γM (NEN 6770, 11.2.2) = 453 mm2  x 235 N/mm2 = 106455 N / 1,1 = 96,7 kN

Designwaarde knikkracht = Nc;u;d x ωy;buc = 96,7 x 0,4088 = 39,5 kN
Op vergelijkbare wijze is de knikkracht bepaald bij andere staanderlengtes (zie figuur 2.4.39).
 

Toetsing staanderbelastingen

 

Staander   Fu;d   knik-lengte   design knikkracht volgens tabel 2.4.39 reductie wind
volgens tabel 2.4.310
reductie uitbouw volgens tabel 2.4.311

 

Fu;d;red   Toetsing  
2.4.33-A3   17,0 kN   2 m   39,5 kN   x 0,8   x 0,7   =   22,1 kN   Voldoet  
2.4.37-B2   13,0 kN   4 m   11,9 kN   x 0,4   -   =   4,8 kN   Voldoet niet

Figuur 2.4.314 Toetsing staanderbelastingen


Genoemde staanders zijn maatgevend, de overige staanders worden even zwaar of minder belast.
 

Rekenvoorbeeld 2 - 1e orde berekening (met behulp van NEN 6770)

Figuur 2.4.315 Rekenvoorbeeld 2: 1e orde berekening met behulp van NEN 6770

2.4.4 RUIMTESTEIGERS

Voor ruimtesteigers gelden dezelfde uitgangspunten als voor gevel-/objectsteigers, met de kanttekening dat ieder vlak in iedere richting bekeken moet worden of dat voldoet aan de voorwaarden van een geschoorde/gesteunde constructie. Daarbij kunnen ook combinaties van figuren 2.4.31 t/m 2.4.38 ontstaan.

2.4.5 ENKELE STEIGER

Zogenaamde enkele steigers kunnen nog worden toegepast onder voorwaarden dat:

  • het altijd een bedrijfsconfiguratie betreft
  • de maximale steigerhoogte 9 m is
  • kortelingen onder een geringe, naar het bouwwerk aflopende helling zijn gelegd en in het metselwerk over een lengte van ten minste 10 cm zijn ondersteund of zijn voorzien van een kortelingsteun.  De onderliggers zijn bij de kruising met een staander verbonden aan direct in het metselwerk dragende kortelingen zonder kortelingsteunen.
  • kortelingsteunen, vervaardigd van staal of smeedbaar gietijzer, een draagvlak hebben in het metselwerk met een lengte van ten minste 10 cm, gemeten loodrecht op het muurvlak en een dragend oppervlak van tenminste 50 cm2
  • het (buitenste) steigervlak moet door middel van buizen doelmatig aan balklagen, voldoende verhard metselwerk of andere vaste delen van het bouwwerk zijn verankerd.
     

Een initiatief van

VSB Vereniging van Steiger-, Hoogwerk- en Betonbekistingbedrijven
www. www.vsb-online.nl

Bouwend Nederland
www.bouwendnederland.nl

Printversie

Geïnteresseerd in een geprinte versie? Bekijk de informatie en bestel uw geprinte versie via ons online bestelformulier. 

Disclaimer

Bij de samenstelling van deze uitgave is door de Commissie Richtlijn Steigers en de instellingen en bedrijven die daaraan hebben meegewerkt, een zo groot mogelijke zorgvuldigheid betracht. Door de Commissie en meewerkende derden wordt echter geen aansprakelijkheid aanvaard indien gegevens uit deze uitgave niet mochten leiden tot het bedoelde resultaat of aanleiding mochten geven tot enigerlei schade.
U bevindt zich hier: Home Inhoud Richtlijn 2. ONTWERP (ALGEMEEN) 2.4 Statische berekening